Veelgestelde vragen


Bekijk de antwoorden op enkele veelgestelde vragen over het zorginkoopbeleid van Zorgkantoor Midden IJssel

Maak hieronder uw keuze:

Er zijn een aantal belangrijke voorwaarden om in aanmerking te komen voor Wlz-financiering, als het om de zogenaamde ‘natura-zorg’ gaat.

 

Allereerst moet de instelling beschikken over een Wlz-toelating. Deze toelatingen worden afgegeven door het CIBG, dat is het onderdeel van het ministerie van VWS dat onder meer over de toelatingen gaat.  Als de instelling beschikt over een toelating kan deze ‘meedingen’ naar een overeenkomst met een zorgkantoor.

Het zorgkantoor bepaalt aan de hand van zijn zorginkoopbeleid of er vervolgens daadwerkelijk sprake kan zijn van een overeenkomst en derhalve Wlz-financiering via het zorgkantoor. Pas als er een overeenkomst met een zorgkantoor is kan geleverde zorg worden betaald!

Een andere wezenlijke voorwaarde voor Wlz-financiering is dat de cliënt beschikt over een geldige indicatie. Deze indicaties worden afgegeven door het CIZ. Het CIZ bepaalt aan de hand van de individuele zorgbehoefte en de eigen mogelijkheden van de cliënt en zijn omgeving of en zo ja, welke Wlz-zorg noodzakelijk is.

In het geval er zorg geleverd wordt aan cliënten op basis van een Persoonsgebonden Budget dan is er geen toelating vereist. De zorg en de financiering ervan worden  dan tussen instelling en budgethouder onderling geregeld.

In het zorginkoopbeleid van zorgkantoren is een aantal minimale eisen vastgelegd, waaraan zorgaanbieders altijd moeten voldoen. Dit zijn zogenaamde ‘geschiktheidscriteria’.

 

Naast de vereiste van een toelating staat hier bijvoorbeeld dat de instelling systematische werkt aan kwaliteitsverbetering, voldoet en zich houdt aan alle wettelijke vereisten (zoals onder andere opgenomen in de Wlz, wet BIG, WGBO, WMCZ, Regeling Jaarverslaglegging Zorginstellingen en AO/IC) en beschikt over een gedegen bedrijfsadministratie. Door middel van een ondertekende bestuursverklaring dient de zorgaanbieder te verklaren aan deze eisen te voldoen.

 

Met deze eisen willen zorgkantoren, ten behoeve van de cliënten die gebruik maken van de zorg, borgen dat zorgaanbieders kwalitatief goede en doelmatige zorg leveren.

Zorgkantoren hanteren jaarlijks een inkoopprocedure, waarbij er offertes moeten worden ingediend. Ook geldt er een uiterste indieningstermijn. Gezien de voorbereidings- en onderhandelingsperiode publiceert het zorgkantoor al in juni het inkoopbeleid voor het daarop volgende jaar en moeten offertes al in juli zijn ingediend. Deze data worden door alle zorgkantoren uniform gehanteerd en zijn gekozen met het oog op de begrotingscyclus van zorginstellingen en de deadline die de NZa hanteert.

 

Zorgkantoren trachten de hoeveelheid noodzakelijke documenten voor het verkrijgen van een contract te beperken. Datgene wat noodzakelijk is wordt samen met het inkoopbeleid op de website van het zorgkantoor bekend gemaakt.

De beoordeling van offertes vindt plaats aan de hand van de in het inkoopbeleid opgestelde criteria (geschiktheids- en gunningscriteria).

 

Daarnaast heeft het zorgkantoor een procedure voor zogenaamde ‘tussentijdse contractering’. Ook deze procedure is gepubliceerd op de website van het zorgkantoor. Het spreekt uiteraard voor zich dat de contracteervereisten niet verschillen van die van de jaarlijkse inkoopprocedure.

In beginsel dient u voor elke regio waarin uw organisatie (verblijfs) zorg gaat bieden bij het desbetreffende zorgkantoor van die regio een contract af te sluiten. Dit geldt ook als het een enkele, kleine (geclusterde) zorglocatie betreft. In andere gevallen kunt u in overleg met betreffende zorgkantoren bespreken wat de meest passende contractering moet zijn. Zorgkantoren hebben in hun gezamenlijk contracteerbeleid opgenomen dat een bestaande (gecontracteerde) zorgaanbieder in een andere regio in principe in aanmerking kan komen voor een contract.

De zorgkantoren hanteren in de basis dezelfde – uniforme - uitgangspunten bij het contracteren van Wlz-zorg, door een uniforme procedure, dezelfde geschiktheidscriteria en dezelfde set van gunningscriteria.

Echter, zorgkantoren zullen bij de invulling rekening willen houden met de regionale omstandigheden bijvoorbeeld waar het gaat om zorgvraagontwikkeling of eventuele wachtlijsten. Daarom is er enige ruimte tot een eigen invulling van het zorginkoopbeleid. Daarnaast hebben zorgkantoren op verschillende wijze geïnvesteerd in ondersteunende systemen waardoor de vorm waarin de offerte gegoten wordt nog enigszins uiteen kan lopen.

Een van de doelstellingen van het zorgkantoor is het bieden van voldoende keuzemogelijkheden voor cliënten die aangewezen zijn op Wlz-zorg. In het zorginkoopbeleid is daarom ruimte voor nieuwe zorgaanbieders. Het zorgkantoor stelt daarbij wel de voorwaarde dat deze nieuwe aanbieders een meerwaarde hebben ten opzichte van het bestaande zorgaanbod bijvoorbeeld in de zin van vernieuwend zorgaanbod, meer keuzemogelijkheden in de regio of het opvullen van een leemte in de zorg voor een bepaalde doelgroep. Tevens dienen nieuwe zorgaanbieders een ‘integraal pakket’ te bieden en dus niet alleen maar ‘losse’ zorgfuncties.

 

In alle gevallen zullen nieuwe zorgaanbieders aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als alle andere zorginstellingen; bij de contractering worden er dan afspraken gemaakt over de wijze waarop en termijn waarbinnen aan deze voorwaarden volledig kan worden voldaan. Nieuwe zorgaanbieders kloppen trouwens vaak al in een oriënterende fase aan bij het zorgkantoor om advies te vragen over de mogelijkheden.

Het zorgkantoor vindt het van belang dat zorginstellingen permanent aandacht hebben voor nieuwe ontwikkelingen. In het zorginkoopbeleid wordt daarom altijd extra aandacht geschonken aan innovatieplannen voor de zorg in de regio. Momenteel zijn diverse innovatieplannen in uitvoering; in het reguliere overleg met de zorgaanbieders wordt de voortgang gemonitord.

In het zorginkoopbeleid speelt het ‘geld-volgt-cliënt’-principe een belangrijke rol. Daarom is in het zorginkoopbeleid opgenomen dat zorgaanbieders niet op voorhand een volume-afspraak krijgen gegarandeerd. Zorgkantoor Midden IJssel vult dit in door een proforma volume-afspraak te maken voor de prestaties die een zorgaanbieder mag leveren. Op deze wijze wordt maximaal ruimte gegeven aan  het ‘geld-volgt-cliënt-principe’.

 

In de loop van het budgetjaar vindt een herschikking van budgetafspraken plaats aan de hand van de gerealiseerde productie (die is ontstaan op geleide van cliëntvoorkeuren) Op deze wijze worden budget en realisatie zoveel mogelijk in evenwicht gebracht, binnen de mogelijkheden van het regiobudget. Bij de herschikking worden uiteindelijk (taakstellende) volume-afspraken vastgelegd. Indien de herschikkingsmogelijkheden in de regio onvoldoende blijken te zijn dan wordt beoordeeld of de knelpuntenprocedure van de NZa moet worden doorlopen.

Met het inkoopbeleid van het zorgkantoor is geborgd dat alle zorgaanbieders die een overeenkomst hebben tenminste voldoen aan de minimale eisen die aan Wlz-zorgverlening worden gesteld. Deze zorgaanbieders worden vermeld in de zorgatlas op onze website. Veel zorginstellingen beschikken zelfs over een kwaliteitscertificaat met onafhankelijke, externe toetsing. In alle gevallen moet een Wlz-zorgaanbieder voldoen aan de landelijk vastgestelde kwaliteitsnormen voor ‘verantwoorde zorg’.

 

Daarnaast zijn er binnen de V&V- en Gz-sector sectorale kwaliteitskaders van toepassing, waarbij de zorgkantoren een prominente rol hebben om de voortgang van de implementatie van deze kwaliteitskaders te beoordelen. Door middel van  kwaliteitsoverleggen, locatiebezoeken, voortgangsmonitoring en rapportages hebben zorgkantoren zicht op de kwaliteit van zorg bij zorgaanbieders in de regio.

 

Ook ziet het zorgkantoor toe op de kwaliteit en doelmatigheid van zorgverlening door middel van materiële controle. Naast het zorgkantoor beoordelen de Inspectie Gezondheidszorg en de eigen cliëntenraad, elk vanuit een eigen specifiek perspectief, de kwaliteit van zorgverlening door de instelling. Naast de professionele kwaliteit is natuurlijk het cliëntenoordeel van belang: elke zorgaanbieder dient regelmatig een cliëntentevredenheidsmeting te laten verrichten door een onafhankelijke, externe partij en de resultaten hiervan in verbeterplannen om te zetten. Ook dit controleert het zorgkantoor.

Het zorginkoopbeleid van het zorgkantoor is onderwerp van jaarlijkse toetsing door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Direct bij het indienen van productie-afspraken bij de NZa worden deze getoetst aan de geldende regelgeving. Daarnaast beoordeelt de NZa jaarlijks de algehele uitvoering en de resultaten van het inkoopproces door het zorgkantoor. Het zorgkantoor sondeert de uitgangspunten van het  inkoopbeleid bij regionale zorgaanbieders en cliëntenvertegenwoordigingen. Indien belanghebbenden problemen ondervinden bij de zorginkoop door het zorgkantoor bestaat er de mogelijkheid tot beroep en bezwaar.