Is de diagnose dikke darmkanker, dan zal een oncologisch chirurg meestal snel opereren om het gedeelte van de dikke darm waar de kanker zit te verwijderen. Bij rectale carcinomen vindt eerst bestraling plaats van de tumor om deze te verkleinen. Vaak krijgt u gelijktijdige chemotherapie om de tumor gevoeliger te maken voor de bestraling. Na deze bestraling vindt de operatie plaats om de kanker weg te halen.
Zodra de einduitslag na afloop van de operatie binnen is (vaststellen van het stadium van de kanker na de operatie, uitslag pathologisch onderzoek), bespreekt de MDL-arts dit met u. Tijdens de operatie haalt de chirurg het gedeelte van de darm met de tumor en het bij de darm behorende vetweefsel weg. Dit “preparaat” wordt gebruikt om na de operatie het definitieve stadium van de tumor te bepalen en te kijken of de lymfeklieren ‘schoon’ zijn. Een kwaliteitsnorm is dat de patholoog tenminste 10 lymfeklieren moet onderzoeken, voordat hij/zij met een uitslag komt. Bij dikke darmkanker wordt mede aan de hand van deze uitslag bepaald of na de operatie chemotherapie nodig is. Bij endeldarmkanker volgt meestal geen chemotherapie na de operatie.
De opnameduur bij een operatie is ongeveer een week, afhankelijk van het herstel.
Na de behandeling volgen eerst na drie en vervolgens na zes maanden nacontroles. Dan wordt opnieuw met bijvoorbeeld een MRI, CT-scan of echografie gekeken of er uitzaaiingen zijn. Na een jaar wordt opnieuw een endoscopie (inwendig onderzoek) van de darm gedaan en na vier jaar weer. De terugkeerkans is heel verschillend en is afhankelijk van het stadium van de kanker bij aanvang van en na de operatie.